Tel 420760
WhatsApp: +597 856-0353 Open : Mo.– Fri. 8:00 AM - 4:30pm ; Sat.: 8:00 AM - 1:00pm
(H)eerlijk ouderwets-goede Surinaamse kwaliteit! Onze Vlag is opgericht op 05 mei 1945 door Leendert Alfred Liesdek (wijlen), de Bevrijdingsdag van het Koninkrijk der Nederlanden, hetgeen de herkomst van de naam van het bedrijf doet raden. De huishoudkleuren toen waren daarom Rood-Wit-Blauw; deze kleur
en zijn “opgeëist” en vanwege historisch redenen aangehouden. Vooraf aan de oprichting van Onze Vlag, was Leendert eerst samen met zijn broer Herman actief in hun eigen gezamenlijke schoenmakerij (Gebr. Eerst aan de Zwartenhovenbrugstraat, vervolgens op de hoek van de Prinsenstraat en de Hofstraat. Daarna noodgedwongen wederom verhuisd, nu naar de hoek aan overkant op hetzelfde adres. Dit was aan het eind van de jaren 30, begin jaren 40. Hier heeft waarschijnlijk de later ook bekende schoenmaker Kamperveen als leerling bij Liesdek het schoenmaker vak dan ook geleerd. Nadat Leendert zelfstandig ging ondernemen noemde hij het bedrijf Onze Vlag en verhuisde naar de Gravenstraat (jaren 40), vervolgens de Keizerstraat (1961) en uiteindelijk naar het eigen nestje aan de Dr. S. Redmondstraat (1965; Nb: De Dr. Sophie Redmondstraat was tot 1956 de Steenbakkersgracht genaamd). Gestart als een eenmanszaakje had Onze Vlag als hoofdactiviteit schoenreparatie en vervaardiging van maatschoeisel. Langzaam groeide het bedrijf langzaam uit en werden er later ook schoenmakersmaterialen, lijmen en gereedschappen aan de man gebracht. Uitbreiding van het assortiment aan zelfvervaardigde items kwam op gang naar gelang de vraag daartoe zich voordeed. Zo werden al heel gauw ook lederen padvindersriemen, broeksriemen, hondenhals- en loopbanden e.a. vervaardigd en aan de man gebracht. Eind jaren 70, werd door het bedrijf geconfronteerd met een probleem van opvolging. Liesdek was al enkele jaren bezig om te zien naar geschikte kandidaten voor opvolging, Zulks leek echter makkelijker gezegd dan gedaan aangezien het animo heel beperkt bleek te zijn voor een niet zo glamoureus ambachtelijk beroep. Gezien zijn inmiddels bereikte hoge leeftijd begon de tijd te dringen om concreet invulling te geven hieraan. Deze speurtocht zou doorgaan tot mid-jaren 80. De militaire alsook de post-revolutionaire periode legden, net als voor vele anderen het bedrijf geen windeieren. De jaren tachtig waren turbulente jaren voor Suriname en ook Onze Vlag bleef niet bespaart. Haar bedrijfsleider Dhr. Liesdek welke tot op het laatst het bedrijf heeft geleid, kwam op 84-jarige leeftijd ons te ontvallen in 1989. Er werd uiteindelijk besloten, op wens van grootvader Liesdek, die wou dat het bedrijf tot in lengte van dagen zou voortbestaan, dat zijn kleinzoon en huidige Directeur Jerrol R. Liesdek de leiding op zich zou nemen. Deze was de laatste zes achtereenvolgende jaren in dienst van Onze Vlag. Een jaar later werd aan de directie toegevoegd diens broer Ivan Patrick Liesdek, nadat de eenmanszaak van juridisch vorm wijzigde in een Naamloze Vennootschap. Bij overlijden van L.A. Liesdek Onze Vlag was een eenmanszaak betrof, was een van de eerste problemen waarmee de directie van de N.V. werd geconfronteerd was het noodzakelijk terugbrengen van het in boedel gebrachte bedrijfsterrein en de bijbehorende gebouwen. Deze moesten voor een gegarandeerde voortgang terug in de boezem van de N.V. Bij het overlijden van de eigenaar van de eenmanszaak gingen deze bezittingen namelijk over naar de erfgenamen. Hiertoe werd uiteindelijk, na 3 jaren onderhandelen overeenstemming bereikt en werd t.b.v. de “terugkoop” een hypothecair krediet afgesloten. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig markeerden zich als een periode van overgang, vallen en opstaan, en met enorme dieptepunten in de Surinaamse Economie. Sociale rust, economische alsook politieke stabilteit, voorwaarden om te ondernemen waren er niet of nauwelijks. Deze omstandigheden maakten enige bedrijfsvoering in Suriname niet gemakkelijk. De liberalisering van de economie werd voorzichtig op gang gebracht eind jaren 80/ begin jaren 90, bracht hierin enigszins soelaas, maar ontbrak het echter aan structureel ondersteuning, bescherming of faciliteren van de lokale productie. Het bedrijfsleven was namelijk van oudsher toegespitst op voornamelijk de handel en import. Liberalisatie houdt ook in het noodzakelijk wegvallen van importbeperkende maatregelen, waarbij een zwakke binnenlandse productie in een relatieve kleine binnenlandse markt, het nu moest gaan opnemen tegen producten van de wereldmarkt van gigantische producenten uit megagrote economieën. Om te overleven was Onze Vlag genoodzaakt deels ook mee te gaan met de trend van import en handel. De productie werd met kruis-subsidies draaiende gehouden totdat er in 1996 een ommekeer leek te komen en het aantal medewerkers productie verviervoudigde. Deze tussenperiode (1996-1999) duurde echter niet lang en in was er wederom een neerwaartse trend te bespeuren. Zulks terwijl er al aan de andere kant door de directie toch een aanvang was gemaakt met de bouw van een nieuwe productieloods. Afnemers konden niet of weinig lederwaren bestellen en werd besloten dat het niet verstandig was de productie nogmaals te subsidiëren en deze te staken. Hetzelfde gebeurde met de bouw van de loods en ook deze werd halverwege gestaakt. Een klein deel van de vakmensen werd echter aangehouden om te zijner tijd met deze groep als kern wederom te herstarten. Deze werden naast schoenreparatie ook met andere bezigheden belast. Schoenreparatie bleek juist in perioden van economische terugval toe te nemen. In 2001 is wederom een begin gemaakt met de opstart van productiewerkzaamheden en werden voorzichtig, zonder externe financiering, grondstoffen ingekocht en enkele tweedehandse industriële leder- naaimachines aangeschaft. Een deel van het verouderd machinepark werd met kunst en vliegwerk aan de praat gebracht en gehouden, terwijl het overgrote deel slechts nog voor de schroothoop enige waarde had. Er werd op een agressievere manier de markt betreden en er kwam een redelijk constante influx van kleine orders voor lederwaren. De redelijk verbeterde omstandigheden in de Surinaamse economie (2000-2010) daagden daar een wezenlijk deel aan bij. Ondertussen lijkt het bewustzijn bij het totale veld door te dringen, dat productie, importvervanging alsook export de volgende onmiskenbare stappen zullen moeten zijn voor het blijven verbeteren van de economie. In de periode 2010-2020, vielen alle bestellingen van de grootste klant, de Staat, met name de gewapende diensten, volkomen weg. Geput werd uit klanten uit de private sector waaronder de mijnbouwbedrijven, security bedrijven en dienstverlenende bedrijven uit de parastatale sector. Dit lukt met redelijk goed en de volgende jaren, van 2020-2025, werd structureel op dit succes voortgebouwd.